Externe managers en innovatie

Een reflectie door TNO

Innovatie is van centraal belang voor organisaties. Als bedrijven niet voortdurend producten en diensten vernieuwen, dan overleven ze niet lang. Als interne processen niet worden aangepakt, dan ligt stagnatie op de loer. En Nederland is een vreemd land op innovatiegebied. Europees gezien doen we het meer dan goed als we kijken naar het aantal patenten dat jaarlijks wordt geproduceerd. Ook zijn we koploper als we kijken naar het aantal peer-reviewed artikelen dat onze wetenschappers uitbrengen. De innovatie-ideeën hebben we dus al. Maar we lopen achter als we kijken naar het omzetten van deze ideeën in producten of diensten, in zaken waar we echt geld mee verdienen. Nederland is juist bekend vanwege deze innovatieparadox. Maxime Verhagen, onze minister van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (ELI), heeft zichzelf tot doel gesteld om deze innovatieparadox ten grave te dragen. Hij geeft aan dat het innovatiebeleid over een andere boeg moet worden gegooid. Bedrijven moeten meer investeren in innovatie! Het is wel onvoldoende duidelijk in dat beleid van Verhagen wat we met al die nieuwe diensten en producten moeten gaan doen. De Nederlandse economie zit er niet op te wachten dat er nog meer nieuwe ideeën op de plank gaan liggen te verstoffen. Geen nieuwe diensten zonder goede interne processen. Het managen van innovatie is evenzeer van belang. We moeten benadrukken dat organisaties meer investeren in ‘transformationeel managen’. Transformationele managers zorgen ervoor dat de ideeën omgezet worden in echte sales, in echte ondernemingen, in de juiste processen en in gemotiveerde medewerkers en collega’s. Of interim managers in dit soort processen een rol hebben, dat is vooralsnog onbekend. Kunnen interim managers bijdragen aan innovatie in organisaties? Dat lijkt een open deur intrappen. We denken dat juist interim managers met hun ervaring in heel wat bedrijven ideale competenties hebben om bedrijven te helpen deze transformaties voor elkaar te krijgen.
 
Het recente Interim Index-onderzoek levert ons een bijzondere kijk op dit innovatievraagstuk. Voor een eerste keer zijn er vragen gesteld over hoe interim managers betrokken zijn bij innovatie. De antwoorden leveren interessante informatie op. Zo’n 87% van de interim managers geeft aan bij het innovatieproces een rol te vervullen. Het meest bijzondere uit deze resultaten is dat interim managers vooral voor zich een rol zien in het verbeteren van interne processen van de organisaties waar ze aan de slag zijn gegaan. 82% van de interim managers geeft dit aan, 31% van de interim managers geeft aan mee te helpen aan externe innovatie van bedrijven (producten en diensten ontwikkelen). Daarbij is een kwart van de interim managers bezig met zowel interne als externe innovatie. Dit generieke beeld geldt in even grote mate in alle sectoren. Wel zien we dat vooral in de kleinere organisaties de interim managers bijdragen aan externe innovatie. Er zijn verschillen in de rollen van interim managers bij deze innovatie. Externe innovatie ligt vooral op het bordje van algemene managers. Vooral functionele managers geven aan interne innovatie te stimuleren. Een ander interessant gegeven is dat heel wat interim managers product- en procesinnovatie toepassen in de publieke sectoren als de zorg en het openbaar bestuur.
 

Alles koek en ei dus op het innovatievlak? Als we dan toch een kleine bemerking mogen maken aan het adres van de interim managers, dan is het dat zij toch een stuk positiever over zichzelf oordelen dan hun opdrachtgevers dat doen. Het verschil in beoordeling tussen interim managers en opdrachtgevers is toch een vol punt (8 tegenover 7), welke innovatievorm we ook bekijken. Maar er ligt ook een issue op het bordje van de opdrachtgevers. De gemiddelde duur van de opdrachten ligt niet aan de hoge kant. In minder dan twaalf maanden zijn de meeste opdrachten voorbij. De tijd om een duurzame innovatie-impact te hebben is daarmee toch beperkt te noemen. Tevredenheid van opdrachtgevers zou hoger zijn bij langere opdrachten, althans volgens de interim managers.
 
Eén derde van de interim managers heeft te maken met product- en dienstvernieuwing. Dat is toch een stuk minder dan degenen die met procesinnovatie te maken hebben. Dit beeld moet toch niet zo verwonderlijk zijn. Het tijdelijke karakter van het interim management maakt dat het gewicht van interim managers bij product- en dienstvernieuwing minder moet zijn. Hebben interim managers nu zelf baat bij het feit dat ze aan innovatie bijdragen? Dat lijkt het geval te zijn. Zowel de interim managers als de opdrachtgevers rapporteren hogere gemiddelde tarieven als we de innovatoren tegenover niet-innovatoren zetten. Interim managers en opdrachtgevers verschillen wel van mening bij welke innovatie het hoogste gemiddelde tarief kan worden gevoerd: interim managers rapporteren hogere tarieven bij product/dienstinnovatie, opdrachtgevers juist bij procesinnovatie.
 
De Nederlandse innovatieparadox moet worden opgelost wil de Nederlandse economie in de huidige extreem turbulente wereldeconomie haar plaats behouden en verbeteren. Interim managers hebben zeker de capaciteit en kunde om bedrijven te helpen. Juist het feit dat interim managers bij vele bedrijven hebben kunnen kijken hoe het moet, maakt hun ervaring van onschatbare waarde voor andere bedrijven. Dat vergt wel dat opdrachtgevers meer ruimte aan interim managers bieden om die kennis toe te passen. Opdrachtgevers zijn wel bereid om innovatoren hogere tarieven te laten voeren! Maar het vergt ook dat interim managers beter in beeld krijgen hoe en waar ze innovatie kunnen helpen. Hier ligt een kans voor interim managers. Grijpen ze die kans, dan kunnen we over transformationele interim managers praten!
 

Prof.dr. Steven Dhondt en dr. Anneke Goudswaard
Steven Dhondt en Anneke Goudswaard zijn beiden senior onderzoekers bij TNO.
Steven Dhondt is ook gasthoogleraar aan de Katholieke Universiteit te Leuven.
 
Bron: onderzoeksrapport Interim Index 7.

Contact
Atos Interim Management
+31 (0)88 265 8433
e-mail: E-mail this contact