Door: Piet Hein de Sonnaville
2011 was een jaar zoals wij dat in ons bestaan nog nooit hebben meegemaakt. Een jaar van twee gezichten. Aanvankelijk lichte euforie, maar vanaf april werd duidelijk dat de markt zich in snel tempo verslechterde. Ook nu zien wij een vrijwel gelijk beeld zoals de economische conjunctuur dit heeft beleefd. De vraag naar externe managers loopt klaarblijkelijk synchroon met de stand van de economie. Dit fenomeen is bij uitzenders al heel lang bekend overigens, maar dat de vraag naar externe managers deze trend ook volgt, is nieuw.
Een ander fenomeen dat zich het afgelopen jaar aandiende waren de ‘near employees’. Externen die verbonden zijn met organisaties en over en weer investeren in elkaar. Wij verwachten dat dit komend jaar nog meer zichtbaar zal worden. In tijden als deze maakt de problematiek bij ontslagvergoedingen werkgevers terughoudend om mensen vast aan zich te binden. Vooral oudere werknemers merken dit. Daarnaast is de kostprijs van externen en internen naar elkaar toegegroeid. Bij goed opdrachtgeverschap hoeven de kosten van een externe in veel gevallen niet meer dan 20-30% hoger te liggen dan de kosten van een interne medewerker. Flexibiliteit, motivatie en scherpte naar de organisatie zijn de elementen die deze meerkosten rechtvaardigen.
Per saldo waren ultimo 2011 de vooruitzichten voor de markt van tijdelijke managers divers: de overheid en financiële sector zijn terughoudend, de overige sectoren stabiliseren zich. Wij voorzien dat de saneringsslag meer over de internen dan over de externen zal gaan. Ongetwijfeld zal dit betekenen dat meer mensen zich als zelfstandige zullen vestigen. De arbeidsmarkt is terughoudend in het aantrekken van mensen ouder dan 50 jaar, terwijl dit vaak degenen zijn die in de saneringsslag bovengemiddeld ‘aan bod’ komen. De trend van een zich toenemende flexibilisering van arbeid zal doorzetten, zo verwachten wij ook dit jaar. Voor bureaus lijkt zich ook een trend te openbaren, hoewel de meningen daarover niet eensluidend zijn. Grote inleners van externen vinden de weg naar de markt vaker zonder gebruik te maken van bureaus. Met behulp van marktplaatsen kan worden ingeschreven op openstaande opdrachten. Voor bureaus is een rol weggelegd om dit proces te structuren. Andere marktmechanismen, andere spelregels. Toch zal volgens ons de traditionele bureaufunctie blijven: juist voor opdrachten met een complexe probleemstelling is het noodzakelijk dat een derde meekijkt en meestuurt. Maar ook voor organisaties die sporadisch gebruikmaken van externen is goede advisering over het gehele proces van groot belang. Telkens laten de resultaten van ons interim index onderzoek zien dat tevredenheid van dit soort opdrachtgevers gerelateerd is aan het wel of niet aanwezig zijn van de bureaurol. Wel zal het afrekenmechanisme wijzigen, verwachten wij. Nu nog is dat voornamelijk ‘uurtje-factuurtje’. Het ligt voor de hand een combinatie van prestatie en uurvergoeding in opdrachten aan te brengen, waarbij de genoemde 20-30% als wisselgeld kan dienen om een prestatiefee in te bouwen. Hiervoor is ruimte in de markt, zowel bij opdrachtgevers als bij zelfstandigen.
|